Africa to Appalachia (Jayme Stone & Mansa Sissoko)

Categorie:

Beschrijving

Jayme Stone en de voorouders van de banjo

Tijdens zijn muzikale bedevaart naar Afrika vertelde de Canadese banjospeler Jayme Stone maar zelden aan de lokale bevolking over zijn bekendheid in Noord-Amerika. Hij verdiepte zich er in het dagelijks leven en de bijbehorende muziek. Bij terugkomst had hij kennis gemaakt met de voorouders van de banjo, zoals nog nooit eerder iemand had gedaan. En hij had muzikale vriendschappen gesloten tussen de continenten.

‘Ik speelde heel weinig westerse muziek’, herinnert Stone zich over de zeven weken in Mali, ‘Maar probeerde hun manier van spelen, hun ambacht te leren. De mensen dachten op hun beurt dat ik een nieuwsgierige reiziger was met een gemoderniseerde ngoni. Ik at met mijn handen, trotseerde het lokale vervoer en leerde muziek op hun manier.’

De voorouders van de banjo
De geschiedenis van de banjo is eigenlijk best verrassend. Het wordt over het algemeen gezien als een traditioneel Amerikaans instrument dat vooral door de blanke bevolking wordt bespeeld, maar de waarheid is dat het oorspronkelijk door de slaven uit Afrika werd meegenomen en het feitelijk een Amerikaanse versie is van de Afrikaanse ngoni. Op zoek naar de overeenkomsten tussen de banjo en deze voorouders, werd de Canadese virtuoos nieuwsgierig naar de aspecten van de Afrikaanse muziek die de overtocht over de oceaan niet hadden overleefd. ‘De cultuur van de slavernij in Noord-Amerika, waarover niemand graag wil praten, was duidelijk niet het beste kader voor een authentieke en betekenisvolle culturele overdracht van muziek,’ verklaart Stone. ‘Ik wilde weten hoe deze muziek wordt gemaakt in zijn oorspronkelijke vorm.’
Deze wisselwerking tussen Afrika en Amerika kreeg vorm in dit geweldige album Africa to Appalachia, dat een lange tijd van ontwikkeling doormaakte. Vier jaar voordat Stone voet zette op Afrikaanse bodem, ontmoette hij griot Mansa Sissoko. Niet wetende hoe bekend en geliefd Ali Farka Touré was, zei hij tegen hem dat hij wel een nummer kende uit Mali. Hij speelde Allah Uy�, die hij had geleerd van Touré’s album Niafunké. Sissoko begon onmiddellijk mee te zingen, zoals vele Malinezen de liedjes van Touré van buiten kennen. Het bleek de ultieme ijsbreker en het nummer staat dan ook op dit album.

Muzikale integratie
‘We communiceerden met elkaar door de muziek,’ herinnert Stone zich van zijn eerste ontmoeting met Sissoko. ‘Deze tastbare één-op-één connectie was er meteen en ik wist dat hij de perfecte man was voor het project. Afrikaanse muziek laat zich niet analyseren, het wordt geleerd door het te doen. Door onderdompeling van jezelf in de klank, het ritme en het verhaal.’ Naast deze diepe betrokkenheid bij het proces van muziek maken, pikte Stone ook andere levenslessen op. Sissoko deelde iets met hem dat zijn moeder hem had bijgebracht. ‘Als je muziek maakt, groeit er een licht in je lichaam. Andere mensen zullen erdoor worden aangetrokken. Niet door jou als persoon, maar door dit licht. Verwar die twee niet, anders zal het licht uitgaan.’ Een belangrijke les in bescheidenheid.

Zoektocht in Mali
Het was duidelijk dat Stone naar Afrika moest om zich te verdiepen in de muziek. Hij bracht ook tijd door met ngoni-pionier en één van de meest spraakmakende muzikanten van de laatste tijd, Bassekou Kouyaté, van wie we eerder de albums Segu Blue en I Speak Fula bespraken. Bassekou speelt hofmuziek die teruggaat tot de 12e eeuw en deze levert dan ook zijn bijdrage aan Africa to Appalachia.
‘Er zijn allerlei onderdelen die bij de oorspronkelijke muziek horen maar die de overtocht naar de Amerika’s niet hebben overleefd’, zegt Stone. ‘Zoals deze eeuwigdurende polyritmiek en supersonische melodieën. Ik heb die dingen hergebruikt, gerecycled in het Engels, met Ierse fiddle tunes, en Afrikaans-Amerikaanse blues. Malinese muziek is zeer uitnodigend en als je daar bent is vrij gemakkelijk om ermee in aanraking te komen, zoals ook veel mensen doen. Maar zodra je dieper en dieper begint te graven en de dingen noot-voor-noot begint te leren, realiseer je je dat er zo veel meer aan de hand is.’
Als Stone niet bezig was de techniek van de oudere muzikanten in Bamako te absorberen, was hij onderweg in het land. Hij maakte daarbij bewust gebruik van het openbaar transport, dicht op elkaar in een busje met mannen, vrouwen, kinderen, schapen en geiten. Alleen zo kom je in contact met de echte cultuur en bovendien kom je op die manier op plaatsen buiten de toeristische route. ‘Ik was nieuwsgierig naar plekken waarvan ik de muziek nog niet kende,’ mijmert Stone. ‘Iedere keer als we in een dorp aankwamen, was mijn eerste vraag waar de muzikanten waren.’

Het vinden van twee onbekende voorouders van de banjo was een grote metafoor voor de diepte van de Afrikaanse muziek, nog onontdekt door westerlingen. Maar de talloze uren die Stone had doorgebracht met muzikanten, was waar het grootste gedeelte van het echte werk lag. Als een onvermoeibare beoefenaar, verloor Stone zich in de kolkende, overlappende ritmes van oude melodieën, waarbij hij steeds een stap dichter bij de bron kwam.
Africa to Appalachia bevat naast Stone en Sissoko ook gastoptredens van bluegrass-violist Casey Driessen, de eerder genoemde meester Bassekou Kouyaté en beklijvende zang van ‘Toronto’s Snow Griot’ Katenen ‘Tsjeka’ Dioubaté. Met dit album vervagen de lijnen van tijd en locatie. Afrika en Amerika komen dichter bij elkaar met de banjo als brug. De Amerikaanse banjo is terug naar Afrika gegaan en kwam terug met veel verhalen om te vertellen.
Het is een album geworden dat lekker in het gehoor ligt, met verrassende samensmelting van verschillende stijlen, die toch aan elkaar zijn gerelateerd.

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Africa to Appalachia (Jayme Stone & Mansa Sissoko)” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *